naar nieuws

Om de klimaatcrisis op te lossen, moeten we dringend werk maken van een groene en rechtvaardige transitie. En daar hebben we geld voor nodig, veel geld. De EU kwam tot dezelfde conclusie, daarom keurde ze in 2020 de Europese Green Deal goed: hiermee wil de EU een biljoen euro (€1.000.000.000.000) mobiliseren om te investeren in de transitie. 

Maar de Green Deal wil dat geld deels halen bij privé-investeerders, door hun winsten te garanderen met publiek geld. En daar wringt het schoentje. 

In de Green Deal gaat de EU op zoek naar oplossing voor de ‘financing gap’. Dat is de kloof tussen de investeringen die nodig zijn voor de klimaattransitie en het geld dat privé-investeerders en overheden hiervoor momenteel beschikbaar stellen

Deze kloof ontstaat in de eerste plaats omdat overheden maar een deel van de investeringen zelf kunnen doen. Ze hebben namelijk al hoge schulden die ze niet kunnen afbetalen, noch mogen verhogen door Europese regels. Zo hebben overheden momenteel niet genoeg geld ter beschikking om de rechtvaardige transitie zelf te financieren. 

En ook private spelers zijn terughoudend. Zij willen vaak niet investeren in bepaalde duurzame projecten omdat deze voor hen niet winstgevend genoeg zijn. Denk bijvoorbeeld aan het uitbouwen van openbaar vervoer, korte keten landbouw, of het massaal renoveren van (sociale) woningen om hen energiebesparend te maken. Impactvolle projecten, maar zonder een redelijke kans op winst zullen privéspelers deze investeringen niet maken. 

Publiek geld voor privé winst

De Green Deal wil privé-spelers overtuigen om deze investeringen tóch te maken, omdat net dat soort projecten noodzakelijk zijn voor een klimaattransitie die voor iedereen werkt. Daarom voorziet de EU binnen de Green Deal publiek geld dat de winstgevendheid van de investeringen van privéspelers veilig moet stellen. Financiële instellingen kunnen bijvoorbeeld aanspraak maken op miljarden euro’s aan garanties wanneer een project niet winstgevend blijkt te zijn. 

Zo wordt het risico van commercieel minder interessante projecten weggenomen en worden ze plots zeer aantrekkelijk, omdat winst gegarandeerd wordt. Daardoor stroomt er meer privékapitaal naar groene projecten en kunnen al die broodnodige investeringen plaatsvinden.

Dat is natuurlijk positief, maar toch wringt er behoorlijk wat bij zulke privaat-publieke samenwerkingen. Want het risico en de mogelijke verliezen van de investeringen en projecten verdwijnen natuurlijk niet, de EU vangt ze op met publiek geld. Vaak ten voordele van grote privé-investeerders die al jarenlang winst maken ten koste van onze planeet. 

Wie bepaalt de transitie?

Zo krijgen grote privéspelers dus veel geld om duurzame projecten op te zetten. Maar de Green Deal voorziet amper controle op de keuze van deze projecten, waardoor wij als samenleving nog weinig grip hebben op hoe de transitie eruit zal zien. 

De kans is groot dat privéspelers de werking van de markt zullen volgen en kiezen voor projecten die hen het meeste winst opleveren. En niet voor projecten met de grootste maatschappelijke meerwaarde

Als een privé-investeerder kan kiezen tussen energierenovaties van sociale woningen of een nieuwe fabriek voor elektrische wagens, zal die tweede altijd de voorkeur krijgen. Zo krijgen we een transitie waarbij kleine, lokale projecten zoals energierenovaties worden uitgesteld, ook al zijn die even noodzakelijk als de grotere, winstgevendere projecten. 

En wie betaalt?

Bovendien zorgen deze privé-investeringen ervoor dat infrastructuur die essentieel is voor de klimaattransitie, zoals energiecentrales, treinnetten en windparken, in privéhanden komt of blijft. Hoe die infrastructuur gebruikt wordt, waar, en aan welke prijs, wordt dus op de lange termijn bepaald door de noden van de markt. En niet de noden van de burger, of de noden van een groene en sociale transitie. 

Zo riskeren burgers dubbel te betalen. Eén keer met belastinggeld, om zo via de Green Deal het groene project van een privé-investeerder te ondersteunen. En daarna nog jarenlang als klant, waarbij diezelfde privéspeler de winst opstrijkt. Die winst mag de privéspeler vervolgens gebruiken hoe die wil, ook voor vervuilende investeringen of projecten die mensenrechten schenden. Nog een zware prijs voor mens en planeet. 

Er is wel geld

Maar het kan ook anders. Deze duurzame projecten kunnen vanaf het begin opgezet worden door overheden en publieke instellingen, of in samenwerking met burgercoöperaties. Zo kunnen deze projecten zich volledig richten op sociale en groene noden, in plaats van op winst. 

Dan moeten we wel de financing gap zelf opvullen. Er zijn gelukkig genoeg alternatieve bronnen van financiering, waardoor de noodzakelijke investeringen in een duurzame en rechtvaardige transitie er snel genoeg kunnen komen. Zonder dat we daarbij publiek geld gebruiken om de winst en macht van privé-investeerders te ondersteunen. 

Denk maar aan: 

Meer weten?