naar nieuws

KBC beweerde twee weken geleden niet langer te investeren in bedrijven die nieuwe olie- en gasvelden willen ontginnen. Een opmerkelijke beslissing, die een grote stap vooruit betekent in het investeringsbeleid van de bank. Maar meent KBC dit ook? FairFin onderzocht de kleine lettertjes van het nieuwe beleid, en kwam tot een andere conclusie. FairFin roept klanten en burgers op om een klachtenbrief te sturen, om KBC aan te sporen om deze belofte alsnog waar te maken.

Tijdens De Grote Shift, het debat waar Fairfin op uitnodiging van De Standaard aan deelnam als factchecker, deed Johan Thijs, de CEO van KBC, een opmerkelijke uitspraak. Hij zei dat KBC ‘niet langer investeert in bedrijven die nieuwe olie- en gasvelden willen ontginnen’. Dat zou een heel belangrijke stap vooruit zijn bij een thema waarop FairFin al jaren op hamert. Ook andere NGO’s,  internationale onderzoekers en sinds kort ook het Internationaal Energieagentschap, hechten hier belang aan. Want als we nu niet stoppen met de ontginning van nieuwe olie- en gasvelden, is het onmogelijk om de klimaatopwarming te beperken tot 1,5 graden. 

Op het moment van de uitspraak was het nieuwe beleid nog maar net aangekondigd, waardoor FairFin zich als factchecker niet kon uitspreken over de concrete inhoud. Na het debat gingen onze onderzoekers met de fijne kam door de kleine lettertjes van de tekst. Kloppen de uitspraken van Johan Thijs?

Negen jaar teveel *

Wie het nieuwe beleid van KBC grondig leest, ontdekt toch enkele addertjes onder het gras. Vooral deze zin viel ons op:

"As for vertically integrated oil and gas companies, all new financing shall mature in 2030 at the latest, unless the company has publicly committed to no longer start operating new fields."

Wat betekent dit concreet? Bedrijven die meerdere delen van de productieketen in handen hebben, noemen we verticaal geïntegreerd. Dat zijn in dit geval bedrijven die niet alleen naar olie zoeken en ontginnen, maar ze ook verwerken tot benzine of diesel en aan ons verkopen aan hun tankstations. Voorbeelden daarvan zijn Shell, Total, BP etc. Dit is belangrijk, want er zijn ook bedrijven die zich specialiseren in het zoeken naar nieuwe oliebronnen. Maar de verticaal geïntegreerde bedrijven zijn degenen die het meeste olie en gas produceren. Als dit soort bedrijven nog nieuwe olie en gas willen ontginnen, kunnen ze wel degelijk nog leningen krijgen bij KBC, op voorwaarde dat het krediet afloopt voor eind* 2030. 

Een voorbeeld maakt het snel duidelijker. Stel dat Total bij KBC specifiek een lening vraagt om een nieuw olieveld te ontginnen? Dan zal KBC die niet meer toekennen. So far, so good. Maar het merendeel van de leningen die wij onderzoeken zijn algemeen: er staat niet bij waarvoor die lening precies dient. Total kan in principe nog acht jaar leningen aanvragen, ongeacht de activiteiten die ze daarmee financiert. Dus als Total morgen nieuwe olie- en gasvelden wil ontginnen en aan KBC een lening vraagt, zonder te specificeren waarvoor die lening dient, dan krijgen ze die wel nog. Wil Total er nieuwe infrastructuur zoals pijpleidingen of gasterminals mee zetten? Ook geen probleem. Zolang de lening maar terugbetaald wordt voor eind 2030.  

Wat dus op het eerste zicht een detail lijkt, laat toch nog veel mogelijkheden open voor nieuwe olie- en gas. Dat wil zeggen dat bedrijven die nieuwe olie - en gasbronnen ontginnen nog een goeie negen jaar op kredieten kunnen rekenen. Die negen jaar zijn geen detail, want we zitten nu op een kantelpunt. De soep wordt dus helemaal niet zo heet gegeten als Johan Thijs ze opdiende. De nieuwe maatregelen zijn een pak minder ambitieus dan werd voorgesteld tijdens het debat. 

Voor de duidelijkheid: het nieuwe beleid is zeker een verbetering ten opzichte van ervoor, maar blijft in belangrijke mate ingaan tegen de overduidelijke vaststelling van het internationaal Energieagentschap. Hiermee houden we de opwarming van de aarde niet onder de 1,5°C. De oplossing ligt voor de hand. Bedrijven die nieuwe olie en gasbronnen willen ontginnen moeten in hun geheel de deur gewezen worden, tot zij zich engageren om hier een eind aan te maken. Door de deur voor deze bedrijven nog negen jaar open te houden, gaat de deur voor een leefbaar klimaat dicht. Als KBC fier wil zijn op het klimaatbeleid moet het ambitieuzer zijn en vooral: het moet nu gebeuren. Er is simpelweg geen tijd meer om zichzelf op de borst te kloppen voor halve maatregelen.

Belofte maakt schuld

Tijdens het debat vergeleek Johan Thijs KBC met de Franse Banque Postale. Deze bank gaat echter veel verder dan KBC. Ze financiert vanaf nu geen enkel bedrijf meer die nog nieuwe olie en gas ontgint. Bovendien engageert de bank zich ook om tegen 2030 alle lopende investeringen in fossiele brandstoffen stop te zetten. Een goed voorbeeld dus, dat ook toont dat het kan. Wij roepen KBC op om alsnog deze weg in te slaan, niet alleen in woorden, maar ook in daden. Als KBC zijn klimaatengagementen wil waarmaken, dan moeten ze direct deze mazen in het net dichten en geen bedrijven meer te financieren die nog nieuwe olie en gas ontginnen. Zoals ze tijdens het debat beloofden.

Spoor KBC aan om deze belofte waar te maken.


* Een aandachtige lezer merkte op dat de leningen niet voor 2030 afbetaald moeten worden, maar voor eind 2030. Dat betekent dat we niet over acht jaar, maar over negen jaar spreken. Wat het probleem dus enkel erger maakt. We corrigeerden het artikel. Opmerkingen zijn altijd welkom via stefaan.vanparys@fairfin.be.