De lange, trage weg naar echt duurzame financiële producten

Duurzame beleggingsproducten en de daarmee gepaard gaande reclamecampagnes schieten, net als klimaatmarsen, als paddenstoelen uit de grond. In de afgelopen jaren is het geïnvesteerde volume in duurzame beleggingsproducten verdrievoudigd tot 24 miljard euro. Het marktaandeel is bijna verdubbeld maar bedraagt nog steeds slechts een schamele 12%. Er bestaat daarenboven geen duidelijke definitie van wat wel of niet duurzaam is. De financiële instellingen bieden een brede waaier aan beleggingsproducten met verschillende ambitieniveaus, waarvan een deel zich veel groener en socialer voordoet dan de werkelijkheid.

De bankenfederatie, Febelfin, komt daardoor aanzetten met een minimumstandaard en schat dat een 150 van de momenteel 346 als duurzaam gepromote fondsen hieraan zullen voldoen. Misschien zal dit de ergste greenwashing uit de wereld helpen, maar we hebben onze twijfels. Onze Franstalige collega’s bij Financité stellen dat slechts 16% van de duurzame beleggingsproducten door de beugel kunnen.

Banken op de rem naar meer duurzaamheid

Tot nu toe promootte Febelfin duurzame spaar- en beleggingsproducten via de website www.duurzaamsparenenbeleggen.be. Daarbij werden slechts twee minimale uitsluitingen gehanteerd. Enerzijds de wapensector en anderzijds bedrijven die de “Global Compact” principes van de VN schenden. Voor het eerste criterium was er geen precieze definitie over het soort wapens of betrokkenheid. Het tweede criterium is nog veel vager in de omschrijving. Verder was het moeilijk om te weten wat er in de verschillende producten zat of juist niet zat en onder welke voorwaarden.

In het licht van de klimaatakkoorden en de groeiende vraag naar duurzaamheid bij investeerders, kwam Febelfin in april 2018 naar buiten met een nieuw ambitieuzer voorstel dat het voorgaande, achterhaalde en de weinig gedetailleerde aanpak moest vervangen.

Dit werd voorgelegd aan de leden van Febelfin, namelijk de banken, alsook aan asset managers en verzekeraars. Daarnaast hadden het grote publiek en middenveldorganisaties de mogelijkheid om een input te geven. Spijtig genoeg is het initiële ambitieniveau in de afgelopen maanden, onder druk van financiële spelers, stelselmatig afgebrokkeld. Met de input van andere stakeholders werd weinig of geen rekening gehouden. Febelfin had nu eenmaal het laatste woord. Anderzijds valt op te merken dat er geen eensgezindheid is binnen de financiële sector. Zo heeft Triodos kritisch gereageerd en aangekondigd dit label niet te steunen.

Onduurzame activiteiten en bedrijven in duurzame producten?

Terwijl er vroeger enkel sprake was van een norm, spreekt men nu van een label. Dit label is echter niet wettelijk bindend. Zoals Febelfin het zelf stelt, zullen banken nog steeds producten als ‘duurzaam’ kunnen promoten, zelfs als ze niet aan de norm voldoen. Spijtig genoeg zal deze norm daarenboven niet verhelpen dat nog steeds ongure activiteiten en bedrijven gefinancierd zullen worden.

Zij die wel aan de nieuwe norm voldoen, mogen ondanks een schijnbare uitsluiting, bedrijven opnemen die tot 10% van hun inkomsten halen uit tabak of wapens (waaronder kernwapens!). Dit betekent bijvoorbeeld dat een bedrijf zoals Safran in een gelabeld fonds kan opgenomen worden, terwijl het één van de 20 grootste kernwapenproducenten in de wereld is.

Ook voor de ontginning van 'thermisch' steenkool- en ‘onconventionele fossiele brandstoffen (lees: de meest schadelijke fossiele brandstofontginning -zoals schaliegas, teerzanden en arctische boringen – diepzeeboringen worden niet vermeld) kan men tot 10% gaan. Wat betreft energieproductie kunnen zelfs bedrijven die voor 50% op steenkool draaien door de mazen van het net glippen. [i]

Wat betreft andere (zogezegde ‘conventionele’) fossiele brandstoffen merken we ook een paar eigenaardige situaties door heel flexibele regels. Zo stelt de Febelfin norm dat bedrijven die tot 60% van hun inkomsten uit olieboringen en 40% uit gaswinning halen, en dus niets rond hernieuwbare energie doen, ‘maatschappelijk verantwoord’ zijn! Voor energieproductie worden er geen voorwaarden gesteld voor bedrijven die op gas en/of uranium draaien.[ii]

Daarenboven moet 5% van de portefeuille zelfs geen rekening houden met deze reeds heel soepele regels. Er wordt ook niet gesproken over de grote industriële fossiele energieverbruikers zoals de staal- of chemiesector. Zo kunnen bedrijven als Arcelor Mittal, die drie vierde van de Gentse CO2-uitstoot veroorzaakt door de beugel, alsook het door de Antwerpse haven pas aangetrokken chemiebedrijf Ineos, dat op Amerikaans schaliegas zal draaien.

Geen sociale en bestuurlijke duurzaamheid?

De Febelfin norm stelt dat duurzame beleggingsproducten “ESG factoren moeten integreren”. ESG is een veel gebruikte term rond duurzaamheid en staat voor Environmental, Social and Governance.  Er wordt echter geen richtlijn gegeven over wat met die factoren moet gebeuren. Zo is de vaak gebruikte ‘Best in class’-strategie, waar de slechtste spelers binnen elke sector worden uitgesloten, geen verplichting binnen het label.

Dat betekent dat een mijnbouwbedrijf als Vale, dat verantwoordelijk is voor verschillende milieurampen en doden in Brazilië, waaronder een recente dambreuk (video), opgenomen kan worden in een gelabeld fonds. Een palmoliebedrijf zoals Socfin dat betrokken is bij ontbossing, arbeidsrechten- en mensenrechtenschendingen in Afrika kan eveneens groen licht krijgen voor financiering.

‘Towards sustainability’: een lange weg naar duurzaamheid

Op basis van de bovenstaande regels kunnen we moeilijk spreken over ambitieuze duurzaamheid. Veel mensen zullen moeilijk kunnen begrijpen dat zogezegd duurzame producten toch in onduurzame activiteiten betrokken kunnen zijn. De naam van het nieuwe label kreeg dan ook wijselijk de naam ‘Towards Sustainability’. Febelfin stelt dat de norm evolutief is, wetende dat er nog veel werk voor de boeg is.

Het is lovenswaardig dat Febelfin druk zet voor meer transparantie en ambitie vanwege haar leden. Dit kadert natuurlijk binnen de poging om het imago van de financiële sector te verbeteren. Men kan zich echter de vraag stellen of hiermee het blazoen wordt opgepoetst?

We kijken alvast uit naar de ‘Sustainability ID’, een standaard document dat voor gelabelde producten moet worden opgesteld en voor meer transparantie en gemakkelijkere vergelijkbaarheid zou moeten zorgen. Dit zou ook de mogelijkheid moeten geven om fondsen die verder gaan dan de minimumnorm te kunnen identificeren, maar het is wachten op de concrete uitwerking hiervan.

Financiering als hefboom voor transitie

Deze nieuwe Febelfin norm zou, gezien de huidige klimaaturgentie, eigenlijk moeten toegepast worden op alle beleggingsproducten die de banken aanbieden, niet enkel op de meest ambitieuze. Febelfin stelt wel dat het de bedoeling is dat duurzame producten niet meer een niche- maar het standaardaanbod wordt, maar dat kan nog lang duren.

We zitten op een cruciale moment om de transitie tot een goed einde te brengen. Daarvoor zal geld op grote schaal op de juiste ecologisch en sociaal duurzame plaats terecht moeten komen. Mensen die duurzaam willen investeren willen een hefboom in handen hebben die de transitie een sterke duw in de rug kan geven. In dat breder plaatje is dit label slechts een ministap.

In het initiële voorstel van Febelfin was er sprake van een tweede, strenger fossil free label. Dat was niet 100% fossielvrij, maar was toch een pak ambitieuzer dan het huidige label. Het werd  echter ook onder druk van enkele financiële instellingen afgevoerd. Dat hier bij investeerders duidelijk vraag naar is, blijkt nochtans uit de verschillende 'divestment' campagnes die in binnen en buitenland lopen en waar grote institutionele spelers zoals UGent het voortouw nemen.

We kunnen ons tenslotte de vraag stellen of het aan de financiële sector zelf is om te bepalen wat wel of niet duurzaam is en hoe ambitieus investeringen zouden moeten zijn. Zo’n belangrijke materie verdient een breed maatschappelijk debat en zou wettelijk verankerd moeten worden. Spijtig genoeg zijn initiatieven hierrond in het verleden op een dood spoor geraakt, maar misschien is de huidige groeiende bewustwording de gelegenheid om hier werk van te maken? Op Europees niveau zijn hier alvast in de afgelopen maanden enkele initiatieven rond genomen.

 

[i] De norm stelt dat een bedrijf tot 429CO2/kWh mag uitstoten. Meer informatie over de uitstoot van verschillende energiebronnen: https://en.wikipedia.org/wiki/Life-cycle_greenhouse-gas_emissions_of_en…

[ii] idem