10 jaar crisis, 10 verbazingwekkende feiten

  1.  De crisis werd mede veroorzaakt door Europese banken (het gevaar kwam dus NIET enkel uit Amerika of The City)
  2. De oorzaken van de crisis zijn nog niet aangepakt
  3. De laatste jaren is er zelfs opnieuw gedereguleerd
  4. Bankenlobby heeft regulering succesvol tegengewerkt met het argument 'economisch herstel' niet te dwarsbomen
  5. De twee grootste Belgische banken zijn door de financiële crisis in buitenlandse handen
  6. Beleidsmakers luisteren eerder naar paniek van financiële markten dan naar die van getroffen burgers
  7. Burgers hebben de crisis twee keer betaald
  8. Goedkoop krediet van ECB heeft bedrijven tot megafusies aangezet (en het lenen van geld om hun eigen aandelen te kopen en zo hun beurswaarde op te krikken!)
  9. De overheidsinterventie in de economie om de crisis te lijf te gaan was de grootste overheidsinterventie buiten oorlogstijd (1600 miljard in EU)
  10. Hoe anders had de wereld eruit gezien als de duizenden miljarden die uitgegeven en gecreëerd zijn, gebruikt waren geworden om klimaatverandering en ongelijkheid aan te pakken?

OK die laatste is een vraag, maar dan nog. Tien jaar na de crisis kunnen we niet anders concluderen dan dat geld te belangrijk is om aan bankiers over te laten. Lees hieronder ons verhaal (of bekijk de webisode van Frank Vanaerschot). 

Tien jaar geleden was de val van Lehman Brothers de eerste dominosteen die omviel van een financiële storm die banken in de VS en Europa omver zou blazen. Voor FairFin is het erg belangrijk om ons goed te herinneren wat er tien jaar geleden gebeurd is. 2008 was de ergste financiële crisis die dit systeem ooit gekend heeft. Dat zijn de woorden van het toenmalig hoofd van de Amerikaanse centrale bank, Ben Bernanke. En het was niet alleen een Amerikaans verhaal. Europese banken speelden een belangrijke rol in deze crisis. In België moesten alle beursgenoteerde grootbanken gered worden met tientallen miljarden euro belastinggeld. En centrale banken stelden duizenden miljarden korte termijn krediet ter beschikking omdat banken zich niet langer konden financieren op de markt.

In de nasleep van die redding beloofden beleidsmakers dat ze dit nooit meer zouden laten gebeuren en banken weer onder controle zouden nemen. De voorbije tien jaar zijn er nieuwe regels gekomen. Maar een groot deel van de problemen die aan de oorzaak van de crisis lagen, bestaan nog steeds. Banken zijn nog steeds te groot om failliet te gaan, zeker op internationaal niveau. Banken moeten nu meer kapitaal aanhouden, maar of de vijf procent eigen vermogen die grootbanken gemiddeld hebben, voldoende is om een crisis aan te kunnen, is nog maar zeer de vraag. Banken mogen bovendien nog altijd zelf bepalen hoe risicovol hun activiteiten zijn. Banken zijn ook nog steeds voor een groot deel afhankelijk van volatiele korte termijnfinanciering op de markt.

Er is ook een bankenunie gekomen, met Europees toezicht voor grote banken, en een kader om banken geordend failliet te kunnen laten gaan. In theorie zou een bank zichzelf nu moeten redden in geval van een faillissement. Maar er zitten erg onrechtvaardige aspecten in de regels die daarvoor opgesteld zijn. Bovendien is het fonds dat er tegen 2023 moet zijn om banken te redden en dat door banken gefinancierd moet worden slechts 50 miljard euro groot. Terwijl er in de EU 1600 miljard euro naar bankreddingen gegaan is. Maar de laatste jaren is men ook opnieuw gaan dereguleren: de EU promoot nu weer het herverpakken van leningen. Een praktijk die een belangrijke rol speelde om van arme Amerikanen die hun huislening niet konden terugbetalen een systemisch risico te maken.

Er is ook een reden waarom dit model overeind is gebleven. Eens gered heeft de bankenlobby erg succesvol beleidsmakers overgehaald om niet té ingrijpend te reguleren. Haar argument was dat indien men de banken te streng zou reguleren, men het economisch herstel in de kiem zou smoren. Dat het diezelfde banken waren die aan de oorzaak lagen van de economische malaise werd genegeerd. Een bijkomende aanwijzing dat we niet op onze twee oren moeten slapen gaf de Nationale Bank toen ze in een rapport dat in juni 2018 gepubliceerd werd meldde dat banken in België veel derivaten hebben en dat noch het management van de banken, noch de Nationale Bank zelf een goed zicht hebben op de risico’s die daar aan vast hangen.

Een ander negatief gevolg van de financiële crisis in België is dat we weinig controle hebben over onze banken. Door Fortis vlak na de redding aan BNP Paribas te verkopen, zijn de twee grootste banken in België nu in buitenlandse handen.

Maar de crash van 2008 heeft gevolgen gehad die tot ver buiten de bankensector gingen. Crisisbestrijding is op een erg ondemocratische en selectieve manier gebeurd. Als de financiële markten panikeerden, waren beleidsmakers alert. Als het welzijn van burgers in gedrang kwam, was er minder aandacht voor.

De crisis en de recessie die erop volgde heeft ook tot een verhoging van de overheidsschulden geleid die nog steeds merkbaar is. De burger mocht een tweede keer de crisis betalen met besparingen in sociale bescherming, gezondheidszorg, etc. terwijl inkomsten verhogen uit het bestrijden van fiscale fraude als onmogelijk beschouwd werd door regeringen. De aanpak van de Eurocrisis heeft verschillende landen tegen elkaar opgezet en het geloof in Europese en internationale samenwerking aangetast. Men heeft de zaken voorgesteld alsof met Europees belastinggeld onder andere Griekenland gered zijn, terwijl meer dan 90 procent van het geld naar vooral Franse, Duitse, Nederlandse en ook naar Belgische banken ging. De besparingen die opgelegd werden aan Griekenland en andere landen die door de ECB, de Europese Commissie en het IMF ‘gered’ werden, hebben deze landen niet alleen zwaar verarmd, ze hebben in Griekenland ook de economie gekelderd (-25% in periode 2010-2015), ze hebben ook de schulden van het land verhoogd in de plaats van verlaagd.

Tenslotte heeft deze aanpak niet toegelaten de bedreiging van de Eurozone aan te pakken omdat men naliet de banken voldoende stabiel en veilig te maken en collectieve oplossingen te maken voor overheidsschulden in de muntunie. In die context heeft de ECB zich garant gesteld om overheidsobligaties van Eurolanden en later ook obligaties van bedrijven en andere financiële producten. Anno 2018 heeft de ECB haar rente negatief gemaakt en voor meer dan 2000 miljard euro obligaties opgekocht om rentes op Europese overheidsobligaties te verlagen en krediet goedkoop te maken. De vraag is of dit op lange termijn een gezond economisch beleid is. Die stortvloed aan goedkoop krediet heeft bedrijven tot megafusies (en dus monopolisering) aangezet en het lenen van geld om hun eigen aandelen op te kopen en zo kunstmatig hun beurswaarde op te krikken. De ECB gaf in een studie recent zelf toe dat haar beleid mogelijk nieuwe vormen van financiële instabiliteit genereert.

Als we de erfenis van 10 jaar crisisbestrijding bekijken, zien we een economie waar spaargeld weinig gebruikt wordt om te investeren in echte economische activiteiten of infrastructuur als bruggen, scholen, ziekenhuizen, enz. Het magere economische herstel dat er is geweest is dan ook erg ongelijk verdeeld. De overheidsinterventie in de economie om de crisis te lijf te gaan was nochtans de grootste overheidsinterventie buiten oorlogstijd. Ook tien jaar na de crisis spelen overheden en centrale banken een centrale rol in de economie. Maar ze beperken zich voornamelijk tot het compenseren van de instabiliteit die de markt zelf genereert. Ondertussen komt het geld niet op de plaats waar de samenleving er het meest nood aan heeft.

De laatste tien jaar hadden ook heel anders kunnen verlopen. De duizenden miljarden die uitgegeven en gecreëerd zijn, hadden ook gebruikt kunnen worden om maatschappelijke noden aan te pakken. Om een lange termijninvesteringsplan voor het aanpakken van klimaatopwarming te maken en om ongelijkheid aan te pakken. De conclusie voor FairFin is dat geld te belangrijk is om aan bankiers over te laten. Zo veel en zo snel mogelijk geld verdienen is een luxe die de wereld zich in de 21ste eeuw niet meer kan veroorloven. Zowel schuldeisers als schuldenaars hebben verantwoordelijkheden en rechten. Investeringen moeten we als een gemeenschappelijk goed beschouwen. Waar we vandaag in investeren, bepaalt namelijk hoe de economie en de samenleving er morgen zullen uitzien. En als de steun van burgers nodig is om het financiële systeem overeind te houden, dan is het ook maar normaal dat we er democratische controle over hebben.

Zin om mee te werken aan ons objectief om geld in te zetten voor het maatschappelijk belang (of gewoon je steun te betuigen)? Word dan lid van FairFin.