Vroeger financierde de Kredietbank Apartheid. Welk onrecht financieren onze banken vandaag?

De Zuid-Afrikaanse apartheid, overigens het meest gekende Nederlandstalig woord ter wereld, ligt al een tijdje achter de rug. Maar het is pas nu dat de toenmalige financiering van dit verwerpelijk systeem geheel bloot komt te liggen. Daarbij komt ook België in beeld. Vandaar dat de Antwerpse Boerentoren onlangs prominent stond te pronken in de Zuid-Afrikaanse pers. Geen toeval dat net deze toren als beeld werd gekozen, het spoor leidt immers naar Kredietbank en KB Lux.

Het is een verhaal over geld, veel geld, banken, belangenvermenging, witwaspraktijken en belastingparadijzen die een enorm schadelijke impact hebben gehad op gewone mensen, en waarvan de littekens nog steeds voelbaar zijn. Wanneer we een huidige stand van zaken doen merken we spijtig genoeg dat vergelijkbare praktijken nog steeds gangbaar zijn.

KB Lux wast witter dan wit

Twee Zuid-Afrikaanse ngo’s dienen bij de OESO klacht in wegens schendingen van het VN wapenembargo tijdens het apartheidsregime. Gedurende bijna 20 jaar zouden Kredietbank en KB Lux actief betrokken geweest zijn bij witwaspraktijken die 70% van de illegale wapentransacties (in totaal goed voor 33 miljard dollar) hebben mogelijk gemaakt. Via constructies met honderden bankrekeningen en offshore bedrijven in Panama en Liberia zijn wapens die zogezegd voor Zaïre of China bestemd waren, alsnog terechtgekomen bij het apartheidsregime in Zuid-Afrika.

André Vlerick blijkt, als voormalig minister van Financiën, bestuurder van Kredietbank, oprichter van KB Lux én als medeoprichter van pro-apartheid lobbygroep Protea, hierin een spilfiguur. In die periode werden de linken met onze financiële sector en politieke spelers blootgelegd dankzij de toenmalige anti-apartheidsbeweging. Nu bepaalde archiefstukken openbaar zijn gemaakt, kan men de grootorde van deze praktijken aantonen.

Twintig jaar na het einde van het apartheidsregime, verwerkt het Zuid-Afrikaanse volk nog steeds de trauma’s van toen.

Twintig jaar na het einde van het apartheidsregime, verwerkt het Zuid-Afrikaanse volk nog steeds de trauma’s van toen. Dit gebeurt onder meer dankzij The people’s tribunal on Economic Crime, die vraagt dat gerechtigheid zou geschieden.

Concreet wordt bevestiging gevraagd dat de betrokken banken wel degelijk de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen hebben geschonden zodat zij hierover hun verantwoordelijkheid nemen en publiekelijk vergiffenis vragen aan de Zuid-Afrikaanse overheid en volk. Daarnaast wordt ook aan Europese overheden gevraagd om hun verantwoordelijkheden te nemen wat betreft de negatieve impact die hun bedrijven vandaag de dag nog steeds teweeg brengen.

Was het vroeger wel slechter?

Deze ernstige feiten komen uit een ver verleden, maar moeten een opportuniteit zijn om te vermijden dat soortgelijke zaken zich vandaag de dag nog voor zouden doen. KBC – en bij uitbreiding de financiële sector in haar geheel – beweert dat zoiets vandaag de dag niet mogelijk is, aangezien er veel striktere procedures en regelgeving bestaan. Nochtans merken we dat er nog tal van problematische activiteiten bestaan, die doen terugdenken aan problematische praktijken van vroeger.

In het apartheidsverhaal is Panama opgedoken als draaischijf van offshore bedrijven die deze duistere praktijken moesten verhullen. De laatste jaren zijn we overstelpt met nieuws over Panama en Paradise Papers, en Swiss - en Lux Leaks. Die constructies blijken eens te meer niet enkel gebruikt te worden door de Bono’s van deze wereld om geld fiscaal vrij te parkeren. Bij de Panama Papers zijn connecties gevonden van 140 politici uit 50 verschillende landen met offshore bedrijven in 21 belastingparadijzen.

Indien Europa haar eigen regels zou volgen, zouden er volgens onderzoek van Taks Justice Network 41 staten op de lijst moeten staan. Uiteindelijk zijn er maar 17 louche landen opgelijst.

Dit heeft de Europese Ministers van Financiën niet weerhouden om samen met enkele andere exotische bestemmingen, Panama te schrappen van de “zwarte lijst”. Indien Europa haar eigen regels zou volgen, zouden er volgens onderzoek van Taks Justice Network 41 staten op de lijst moeten staan. Uiteindelijk zijn er maar 17 louche landen opgelijst. De OESO, die ook beweert belastingparadijzen uit de wereld te willen helpen, doet dat door slechts één enkel land op zijn lijst te zetten. Aan beide lijsten zijn er daarenboven geen sancties verbonden.

Doordat sommige OESO- en EU-lidstaten zelf geld op een dubieuze manier wensen aan te trekken, is het uiteraard moeilijk om ambitieuze standpunten in te nemen. Deze manier van werken zal spijtig genoeg de reputatie en geloofwaardigheid van deze supranationale entiteiten eens te meer schaden, en geeft een vrijgeleide aan (dirty) “business as usual”.

Schendingen van mensen en hun rechten

De Zuid-Afrikaanse apartheid is achter de rug, maar banken geven nog altijd steun aan apartheidspraktijken. In een niet zo ver verleden financierde Dexia Bank Israëlische kolonies waardoor ze door de VN schuldig bevonden werd aan schendingen van de mensenrechten. De bank beloofde in 2001 om haar Israëlische tak te verkopen, maar heeft deze belofte pas recent waar gemaakt. Verschillende andere banken uit Israël en Frankrijk, waaronder BNP Paribas, zijn ook betrokken bij de financiering van de bezette gebieden in Palestina.

Nog recenter, in 2014, werden BNP Paribas en verschillende andere banken veroordeeld tot een boete van 8,8 miljard dollar voor schendingen van Amerikaanse handelssancties tegen Iran, Cuba en Soedan. Hier werd duidelijk dat banken boven de wet staan. Historische relaties met klanten, en de commerciële belangen die daarmee gepaard gaan, bleken voor te gaan op wettelijke bepalingen.

Telkens weer tonen voorbeelden aan dat de financiële sector vooral begaan is met financiële meerwaarde in plaats van ethiek en “meer waarden”.

Uit verschillende onderzoeken van FairFin blijkt dat de financiële sector nog steeds betrokken is bij de financiering van bedrijven die het niet te nauw nemen met mensenrechten, onder andere in de mijnbouwsector. Niet zelden speelt ook de overheid een kwalijke rol bij deze schendingen.

Recent stond in Forbes met veel cynisme te lezen om welke vier redenen u best in de wapenindustrie belegt. ‘Oorlog is de hel, maar investeren in oorlog brengt nu eenmaal veel op’. Het zal u niet verbazen dat, in navolging van de toenadering tussen Noord- en Zuid-Korea, de aandelen van de wapenfabrikanten, waaronder Lockheed Martin, de befaamde F35 producent, serieus zijn gezakt. Telkens weer tonen deze voorbeelden aan dat de financiële sector vooral begaan is met financiële meerwaarde in plaats van ethiek en “meer waarden”.

‘Revolving doors’

Dat politieke macht, bepaalde uitgesproken ideologieën en toegang tot financiële systemen verstrekkende gevolgen kunnen hebben blijkt uit het apartheidsdossier. André Vlerick was een spilfiguur van de naoorlogse politiek en financiële sector, maar ook flamingant en openlijk verdediger van het apartheidsregime.

De draaideur tussen de politiek en de financiële sector is nog steeds volop aan het draaien. Recent kwam aan het licht dat voormalige Europese Commissie voorzitter Barroso actief lobbyt voor Goldman Sachs, zijn huidige werkgever. Ook Karel De Gucht, en andere voormalige Europese Commissarissen hebben ondertussen postjes bekomen bij verschillende financiële spelers ingenomen.

Eén derde van de werknemers van DG FISMA (de Europese administratie verantwoordelijk voor de regulering van de financiële sector) komt uit de financiële sector en/of gaan er nadien aan de slag.

Eén derde van de werknemers van DG FISMA (de Europese administratie verantwoordelijk voor de regulering van de financiële sector) komt uit de financiële sector en/of gaan er nadien aan de slag.

De Nederlandse oud-minister en voormalige topman van ABN AMRO Gerrit Zalm is recent verkozen in de raad van bestuur van het Amerikaanse rating-bureau Moody’s. In eigen land zien we dat Cédric Frère op 34-jarige leeftijd politiek benoemd werd als regent (bestuurder) bij de Nationale Bank van België, wat bij meer dan één persoon wenkbrauwen doet fronsen.

In zijn korte carrière is hij actief geweest bij Goldman Sachs, RBS en Bank Degroof, maar hij is vooral de kleinzoon van Albert Frère, de rijkste Belg volgens de Forbes-lijst. Albert Frère kreeg in het verleden een zitje als groot industrieel, en werd 20 jaar geleden opgevolgd door zijn zoon Gérald, ondertussen ook voorzitter van de GBL holding. Deze laatste vindt dit soort nepotisme meer dan normaal. Tegelijkertijd heeft de FBI GBL in vizier genomen in het kader van een antiterrorismedossier in Syrië.

Op zich is het niet slecht dat de politiek zich bekommerd over de werking van het financiële systeem. Integendeel: het zou heel goed zijn moest de politiek zich vandaag de dag moeien met het financieel systeem. Maar dan wel in een context van transparantie en democratische controle. Bovenstaande benoemingen zetten de deur echter wagenwijd open voor belangenvermenging.

De financiële sector als “black box”

De financiële sector hult zichzelf nog steeds graag in een waas van geheimzinnigheid. Financiële zaken zouden te ingewikkeld zijn voor Jan met de pet, en graag beroept men zich op het bank- en beroepsgeheim. Zoals duidelijk bleek in de laatste update van het BankWijzer onderzoek, waar zowel het beleid van de banken onderzocht wordt als praktijktoetsen uitgevoerd worden, maken sommige (vooral grote financiële spelers) zich echter nog steeds schuldig aan weinig ethische, sociale en ecologische praktijken en gebrek aan transparantie.

De laatste Algemene Vergadering van Belfius vond vorige week plaats. Plaats en tijdstip bleken een staatsgeheim te zijn, want zelfs de personeelsafgevaardigden waren hier niet van op de hoogte. Ondanks het feit dat Belfius reeds meer dan 5 jaar een publieke bank is, heeft het grote publiek en het personeel geen toegang en inzage, laat staat zeggenschap, in de koers die de bank moet varen.

De campagne Belfius is van ons wenst deze problematiek in het publieke debat te brengen. Terwijl een openbare bank, nog meer dan een private bank, het algemeen belang zou moeten behartigen, merken we dat Belfius voornamelijk dient voor politieke postjes en als melkkoe die het overheidstekort moet helpen dichten.

Op basis van dit apartheidsverhaal kunnen we ons makkelijk inbeelden wat gebrek aan transparantie in combinatie met machtsmisbruik en duistere ideologieën teweeg kan brengen. Zoals u ziet loont het zeker de moeite om oude koeien uit de sloot te halen, om hieruit lessen te trekken en meer aandacht te hebben en zorg te dragen voor onze huidige veestapel.