What to do in case of crisis: lokaliseren, politiseren en elkaar opzoeken

Binnen veertien jaar hebben we een kleinere, diverse financiële sector, produceert een aanzienlijk gedeelte van de bevolking zijn eigen energie en werken we minder. Mensen hebben meer controle over hun leven en over de samenleving.

Althans, als het van Frank Vanaerschot (FairFin), Olivier Hoedeman (CEO), Dirk Vansintjan (Ecopower) en Ilse De Vooght (Femma) afhangt. “Het middenveld moet politiseren, het offensief aangaan en zich niet in een hoekje laten drukken.”

Gisteren organiseerde FairFin een eerste brainstorm over hoe een eventuele volgende financiële crisis aan te grijpen als kans om het systeem te veranderen in de richting van meer democratie en duurzaamheid. Een stappenplan hebben we nog niet, maar er zijn zeker interessante aanzetten gegeven.

De realiteit waarin we vandaag leven, staat helaas mijlenver af van de nieuwe economie die de sprekers deze avond schetsten. De industriële en financiële lobby waant zich oppermachtig terwijl banken wankelen, de kimaatopwarming gestaag doorzet en het spook van extreem-rechts boven de Westerse wereld zweeft. “2017 wordt een extreem spannend jaar,“ meent Olivier Hoedeman, “we moeten het breed gedragen gevoel van onrechtvaardigheid dat heerst bij mensen serieus nemen. We moeten werken aan onze deskundigheid, strategie en eisen, om het gevoel van urgentie bij een volgende crisis te grijpen en felle discussies te voeren.”

1. Lokaliseren

“Mensen moeten ambitieuzer zijn, het is een kwestie van gemolken worden of als vrije koeien door het bos wandelen. Volgens mij is eigen energie de sleutel tot een nieuwe economie,” aldus Dirk Vansintjan. “Soms kun je niet direct doen wat je graag zou willen doen omdat je niet aan zet bent,” zegt Frank Vanaerschot, “invloed opbouwen is een werk van lange adem. Maar als wij vandaag een systeem van sociale zekerheid hebben is dat ook maar alleen omdat arbeiders onder elkaar een verzekeringsstelsel zijn beginnen uitbouwen. Van onderop pionieren is heel belangrijk.”

2. Politiseren

“Het probleem is dat economie tegenwoordig wordt voorgesteld als een aparte sfeer, waarin andere regels gelden dan in de rest van de samenleving. Het is aan ons om te benadrukken dat er in de economie wél dezelfde regels gelden.” “Dat merken wij ook in onze campagne voor een 30-uren week,” zegt Ilse De Vooght, “men vindt de combinatie van werk en zorg al gauw iets voor thuis, een probleem dat aan de keukentafel moet worden opgelost. Maar het heeft alles te maken met onze economie!” Vanaerschot: “Wat is het nut van een economie als ze de samenleving niet hoeft te dienen? Het is op de grens tussen die werelden dat een groot potentieel zit voor sociaal verzet.”

3. Elkaar opzoeken

“Maar,” klinkt uit de zaal, “ik krijg mijn vriendin al niet mee naar een avond als deze. Hoe krijg je mensen dan overtuigd van hun stem in de economie?” Vanaerschot: “Misschien is het ook helemaal niet belangrijk dat ze meekomt. Dat slechts een klein gedeelte van de bevolking zich actief bezighoudt met het bewerkstelligen van verandering.” De Vooght: “Sociaal psycholoog Harald Welzer zegt dat ook: er is maar een klein percentage kritische denkers nodig, maar wel doorheen alle geledingen van de bevolking.” Vanaerschot: “De onderdrukten moeten elkaar zien te vinden. We moeten over thema’s heen naar andere bewegingen kijken en zien waar we elkaar kunnen helpen.”