Uitstel bankentaks toont aan: maatschappelijke controle op financiële sector niet voor morgen

Nadat Johan Van Overtveldt, minister van Financiën, vandaag duidelijk maakte dat de bankentaks niet meer voor 2015 zal zijn, werd nog maar eens pijnlijk duidelijk waar de prioriteiten van de regering liggen. In de ontwerpbegroting rekende de regering op een bijdrage van 100 miljoen euro vanuit de financiële sector via de bankentaks. Na enkele opmerkingen vanuit het Rekenhof, waaruit de geraamde opbrengst maar 10,2 miljoen bleek te zijn, werd de volledige bijdrage van de financiële sector dan maar uit de ontwerpbegroting geschrapt. Hierdoor krijgen we weer een extra gat bij in onze begroting, waardoor nieuwe maatregelen moeten genomen worden om dit op te vangen. In een begroting van talloze miljarden lijkt dit misschien niet direct een groot probleem, maar het gaat verder dan dat. Het legt een duidelijk prioriteitenbeleid bloot, waarin de financiële sector weeral eens de dans ontsnapt.Het is nog maar van 2008 geleden toen de financiële crisis neerviel als een bom in onze maatschappij. Banken hadden hier een enorme verantwoordelijkheid, maar de samenleving moest voor de kosten opdraaien. Dit terwijl de macht van de banken enkel groter werd. Vanaf de crisis gingen er dan ook veel stemmen op om die macht in te perken en te zorgen voor een degelijke maatschappelijke controle van diezelfde banken. Zes jaar later zijn er nauwelijks hervormingen doorgevoerd. Heel de wereld kreunt nog steeds onder de uitlopers van de crisis en de besparingsgolven volgen elkaar tegen snel tempo op.

Bankentaks opstap naar betere regulering

Als gevolg van de harde besparingen groeit het protest tegen de oneerlijke verdeling van de kosten van de crisis. Onder druk van deze protesten zijn initiatieven ontstaan die minimale aanpassingen hebben voortgebracht aan het algemeen besparingsbeleid. Zo werd er al in verschillende Europese landen een bankentaks ingevoerd. De redenering die achter deze bankentaks zit, is gestaafd op drie logische argumenten. Als eerste moeten banken de verkregen staatssteun na de crisis zelf terugbetalen, als tweede zou deze belasting ervoor moeten zorgen dat banken in de toekomst minder risico zouden nemen in hun zoektocht naar winst en dat de financiële sector daardoor ook stabieler wordt en als derde zou deze belasting een startpunt kunnen zijn voor een mentaliteitswijziging binnen de financiële sector, die leidt tot het meer maatschappelijk verantwoord opereren van banken. Hierboven-op is dit een goeie stap in de richting van een betere regulering. Verschillende landen hebben zich al achter deze bankentaks geschaard en willen deze ook wereldwijd invoeren. Ook het Europees Parlement en het Internationaal Monetair Fonds steunen de bankentaks. Waarop de bankentaks banken precies belast, kan variëren. Zo kan er een risicoheffing zijn, een heffing op financiële transacties, winstbelasting, een bonusbelasting of een combinatie van verschillende varianten. Deze bankentaks past ook in het idee van de, weliswaar niet zo grote, tax shift die ook gedragen wordt vanuit de EU.

De bankentaks is een pleister op de grote crisiswonde. Dat de invoering van die pleister zacht en sceptisch wordt aangepakt, terwijl andere besparingsmaatregelen en de indexsprong zonder veel overleg maar al te vlug worden doorgevoerd, spreekt boekdelen. Maatschappelijke controle over de financiële sector lijkt nog steeds ver weg. Desondanks zien we met het stijgende sociale protest, ook een groeiend maatschappelijk debat over een mogelijke tax shift. Een debat dat, beetje bij beetje, steeds moeilijker wordt om te ontlopen.

Illustratie: Rob Rogers