"Privébanken hebben hun nut niet bewezen"

De econoom Costas Lapavitsas kwam gisteren uit Londen over naar Brussel om zijn analyse van de ‘financialisering’ van onze samenleving uit de doeken te doen. Een kort verslag.

Als handelaars bankiers worden en bankiers handelaars

Financialisering. In Lapavitsas’ ogen is dat de term die het best weergeeft hoe het kapitalisme de afgelopen vier decennia is getransformeerd. Een betere term dan, bijvoorbeeld, neoliberalisme of globalisme. Een periode van een opgeblazen financiële sector. Door de crisis is dit fenomeen goed zichtbaar geworden, maar ze heeft het niet veranderd. “Er is zo goed als niks veranderd,” zegt Lapavitsas.

In de analyse van Lapavitsas, vindt financialisering haar oorsprong in de wereld van de productie, in de transformatie van de niet-financiële bedrijven. Grote bedrijven zijn vanaf de jaren zeventig gaan beschikken over zeer veel geld. Ze hadden geen banken meer nodig om hun geld te lenen. En dus gingen banken op zoek naar nieuwe manieren om geld te verdienen. Ze werden traders en verkregen hun winst uit vergoedingen en commissies. Waarbij de winst uit leningen aan huishoudens, de meest indrukwekkende transformatie is.

De financialisering van het huishouden

In de neoliberale context worden openbare voorzieningen (rond bijvoorbeeld gezondheidszorg, huisvesting, onderwijs) afgebouwd en komt de verantwoordelijkheid hiervoor in de privésfeer te liggen. In de landen waar dit meer of minder het geval is geweest, heeft de financiële sector zichzelf de rol van tussenpersoon toegeëigend. Zonder hiervoor de juiste, sociale competenties te hebben. Dat verklaart, voor Lapavitsas, de financialisering van het huishouden.

Banken en multinationals waren nog iets of wat aan elkaar gewaagd bij het zakendoen. Ze hadden bijvoorbeeld beiden even gemakkelijke toegang tot informatie. Huishoudens echter, staan veel zwakker. Voor banken maakt het niet uit waar het geld vandaan komt. Die twee spelers met elkaar te laten zakendoen, is volgens Lapavitsas dan ook een uitnodiging voor wat hij noemt ‘predatory economic activity’, voor roofeconomie.  

Sinds de jaren tachtig, zijn de schulden van huishoudens de pan uit gerezen, grotendeels door hypotheken. De bezittingen van huishoudens aan de andere kant, zijn ook gestegen. Denk aan pensioenen en verzekeringen (Lapavitsas noemt de financialisering van pensioenen een van de meest opzienbarende zaken van de afgelopen decennia). Banken maken winst uit zowel de schulden als de bezittingen van huishoudens.

Publiek en privé herdenken

"Privébanken zoals ze nu georganiseerd zijn, hebben hun nut niet bewezen. Wat heeft de wereld eraan dat we in a split second derivaten rond de wereld kunnen laten gaan? Niets, het vormt zelfs een gevaar voor de samenleving. Banken zitten als een baksteen op de Europese economie. Ze blokkeren alles zolang wij ervoor moeten zorgen dat hun balans in orde is." Zoals het nu is, zou financieel beheer voor Lapavitsas eerder een publieke, dan een private zaak moeten zijn.

Financialisering heeft diepe wortels en is daarom niet terug te draaien met enkel regulering of beleid. Lapavitsas pleit ervoor om opnieuw te bepalen wat publiek en wat privé zou moeten zijn. “We moeten een nieuwe visie op investeringen creëren; de voorziening van huisvesting, gezondheid en onderwijs moet weer een publieke zaak worden en we moeten de rol van banken en bedrijven herdenken. Zij moeten andere dingen doen.” Een flinke opdracht, waarbij het individu in Lapavitsas’ ogen weinig kan uithalen. Staan we machteloos? “Na de crisis is de financialisering weliswaar verder gegaan, maar sterker staat ze niet. Change is in the air.”