We hebben niet genoeg banken

De laatste weken werden van allerlei kanten meningen geventileerd over (coöperatieve) banken. Gevraagd naar wat hij van NewB vindt, stelde gouverneur Luc Coene, zich vragen bij een nieuw project in een markt ‘waar al te veel banken zijn’ (Knack 30 april).

Ik ben te respectvol voor onze instellingen, en meer bepaald voor onze controlerende overheden, om er wat anders achter te zoeken dan een toevallige samenloop van omstandigheden, maar is het echt wel toeval dat de gouverneur dit verklaart over NewB, nauwelijks 2 weken nadat Luc Versele, de ceo van Crelan, zich richtte tot de coöperanten van NewB en hen uitnodigde om hem te vervoegen (verklaringen in o.a. De Standaard, en l’Echo).

Wat moeten we hiervan denken?

Aan Mr. Versele hebben we geantwoord dat als hij het model van Crelan wil veranderen en zich daarvoor wil inspireren op de waarden en de praktijk van NewB hij onze sympathie en steun heeft. Maar als zijn uitlatingen gewoon bedoeld zijn om coöperanten te misleiden die zich in het NewB-project engageerden, dat hij dan getuigde van weinig respect voor de burgerbeweging die ons project heeft opgezet.

Aan Mr Coene volgende vraag: in welke wettekst of in welk reglement waarvan de Nationale Bank de toepassing moet controleren staat een maximum aantal toegelaten banken vermeld? Meer zelfs: hoe uit te leggen dat in het Verenigd Koninkrijk, met hetzelfde Europees regelgevend kader dan België, en met een gelijkaardige marktcontext – 4 grote banken die zowat 80% van de markt bezetten, en KMO’s die moeilijk gefinancierd worden - net de omgekeerde keuzes worden gemaakt. De Financial Conduct Authority (FCA) en haar zusterorganisatie de Prudential Regulation Authority, hebben zich namelijk tot objectief gesteld om de concurrentie in de sector te stimuleren. Om daartoe te komen werd het proces voor het bekomen van een banklicentie (dat bekend stond om zeer lang te duren) in april 2013 teruggebracht tot 6 maand, werden de solvabiliteitsratio’s voor “kleine banken” beperkt tot de minima van de prudentiële vereisten. Dank zij deze maatregelen verwachten de controleautoriteiten de volgende 3 à 5 jaar een « boom » van aanvragen voor nieuwe banklicenties. Momenteel liggen reeds 3 concrete aanvragen ter studie liggen en zitten er 26 in een fase van voor-onderzoek.

Waarom is het nodig de diversiteit in de bancaire industrie aldus te bevorderen? Omdat het bijdraagt tot stabiliteit: goed voor de investeerders, goed voor de economie. Omdat het de concurrentie bevordert: goed voor de consument. Het «one size fits all» principe gaat ten koste van de diversiteit en benadeelt  modellen als die van coöperatieve banken.  Nochtans is bewezen dat de aanwezigheid van deze laatsten een positieve impact heeft (gehad) op groeicijfers in landen als Oostenrijk, Finland, Duitsland en Nederland. (*)

Dit is trouwens volledig in lijn met de conclusies van een Expertengroep ‘van hoog niveau’ onder leiding van Mr. Liikanen die structurele hervormingen in de Europese Unie bestudeerde. Empirische cijfermateriaal bewijst dat coöperatieve banken in vergelijking met commerciële banken stabielere inkomsten genereren, met lagere volatiliteitscijfers. Wegens hun capaciteit om de overschotten van hun klanten beter te benutten,  omdat ze gemiddeld sterker gekapitaliseerd zijn; omdat ze minder afhankelijk zijn van de markt;  omdat ze minder geneigd zijn (overdreven)  risico’s te nemen, omdat ze bij  voorkeur in minder risicovolle segmenten van detailbankieren opereren; en omwille van de onderlinge steun die ze verstrekken via coöperatieve netwerken.

NewB vraagt geen voorkeursbehandeling. Integendeel. We zullen ons vrijwillig onderwerpen aan beperkingen die strenger zullen zijn dan de Belgische wetgeving, zoals bijvoorbeeld de hoeveelheid kapitaal die we willen aanhouden. Omdat we een zo veilig mogelijke bank willen uitbouwen.

Hoe dan ook lijkt niets ons te verrechtvaardigen dat de sterke burgerbeweging die NewB opzet, gedragen door bijna 50.000 coöperanten, zich de toegang tot de markt zou ontzegd zien onder voorwendsel dat er al te veel banken zijn.

Vorige vrijdag liet Prof Paul De Grauwe nog optekenen in De Tijd “De centrale bank is politiek onafhankelijk en dat is goed. De keerzijde hiervan is dat ze zich afzijdig houdt. Anders ontstaat het risico dat die onafhankelijkheid in het gedrang komt”. Inderdaad.