Banken op de beklaagdenbank: handel met schurken I

In deze woelige tijden staat de financiële wereld in het centrum van de aandacht. Dat merken we niet alleen omdat het financieel nieuws een sprong heeft gemaakt van de grijze economische sectie van de krant naar de voorpagina, maar ook door het toenemend aantal gerechtelijke zaken waar banken in verwikkeld geraken. Vorige week bleek dat ING een fikse boete riskeert wegens zijn activiteiten in landen die door de V.S. tot ‘schurkenstaten’ herdoopt zijn. Er zijn ook enkele juridische dossiers die gelinkt zijn aan de financiële crisis, zoals het proces dat Dexia aanspant tegen Deutsche Bank en het immense dossier dat enkele Amerikaanse parlementsleden bij elkaar sprokkelden over Goldman Sachs. In deze bijdrage gaan we wat dieper in op de beschuldigingen die ING boven het hoofd hangen: activititeiten in staten die geassocieerd worden met terrorisme. Een feit waar reeds vele andere banken fikse boetes voor gekregen hebben in de V.S. Ten slotte staan we ook even stil bij de criteria die de V.S. hanteert om financiële links met een land al dan niet te bestraffen.

ING wordt door de V.S. op het matje geroepen. De Amerikaanse overheid doet onderzoek naar ING Bank wegens vermeende financiële diensten aan landen die in de V.S. onder handelsembargo staan, zoals Cuba en Iran. Volgens de Nederlandse krant het Financieel Dagblad (27/7) riskeert onze Noorderburen’s grootste financiële groep een boete die tot honderden miljoenen euro kan oplopen. Reacties vanuit ING zelf bleven beperkt tot het erkennen van het lopende onderzoek en het potentiële prijskaartje dat eraan vast hangt.

Voor het overige blijft het onduidelijk welke activiteiten van ING voor het Amerikaanse justitiedepartement niet door de beugel kunnen. De krant Miami Herald (27/7) schrijft wel dat het orgaan voor controle op buitenlandse deviezen (OFAC) van het ministerie van financiën in 2006 verklaarde dat de Netherlands Caribbean bank, een joint venture tussen ING en de Cubaanse overheid, in strijd was met het embargo van de V.S. tegen Cuba. Dit was voldoende om ING op andere ideeën te brengen en in 2007 trok ING dan ook de stekker uit deze joint venture.

Het staat alleszins vast dat het onderzoek naar ING geen alleenstaand geval is. De V.S. heeft sinds de aanslagen van 11 september strenge maatregels genomen tegen ‘schurkenstaten’ - staten die volgens de V.S. samenwerken met terroristische organisaties. Deze maatregels houden onder andere in dat bedrijven die in de V.S. actief zijn, slechts onder zeer strikte voorwaarden mogen opereren in landen die op de lijst ‘schurkenstaten’ staan, zoals Cuba, Iran en Syrië.

Deze maatregels hebben de voorbije jaren reeds tot fikse boetes voor een aantal banken geleid. De Britse banken Barclays en Lloyds kregen boetes van 298 en 350 miljoen dollar, omdat ze Iraanse en Libische cliënten hielpen sancties te omzeilen. Credit Suisse Bank moest $536 miljoen neertellen om een regeling te treffen met de Amerikaanse overheid over niet-toegestane transacties met Cuba, Iran en andere landen die onder embargo staan. Een andere Zwitserse bank, UBS, betaalde $100 miljoen in 2004 wegens het niet respecteren van het embargo tegen Cuba en andere landen onder embargo.

Twee maten, twee gewichtenHet is zeker niet de eerste keer dat we vaststellen dat er banken zijn die niet terugdeinzen om financiële diensten te verlenen aan dictators of staten die ondemocratische praktijken verrichten (zie artikel de kleren van de keizer of banksecrets.eu). Mogelijk verwijst de V.S. ING binnenkort naar deze ongure groep van banken. Het is echter wel belangrijk een kanttekening te maken bij de manier waarop de V.S. landen selecteert: men kan zich afvragen of het al dan niet bestraft worden door de V.S. een goede graadmeter is om te weten of een bank zaken doet met staten die banden hebben met terroristische organisaties. Op de website van OFAC staat een lijst met landen die onder embargo staan, onder andere omwille van banden met terroristische organisaties. Er staan staten op deze lijst waarvan betwijfeld wordt of ze daadwerkelijk banden hebben met terrorisme en er zijn staten die met terrorisme geassocieerd worden, die niet op de lijst staan.

Kijken we bijvoorbeeld naar Cuba en Pakistan. Cuba staat op de lijst van OFAC en volgens de Miami Herald (27/7) zijn vooral de financiële instellingen die aanwezig zijn in Cuba aangepakt na de aanslagen van 11 september. Het laatste rapport van de Amerikaanse overheid over financiële steun door staten aan terrorisme beschuldigt Cuba ervan twee Colombiaanse guerrilla groepen en de Baskische separatistische beweging ETA te steunen. Volgens de Cubaanse overheid echter erkennen de Spaanse en Colombiaanse overheden dat de rol van Cuba in deze dossiers deel uitmaakt van vredesonderhandelingen.

Zoals het sluiten van de Netherlands Carribbean joint venture aantoont, missen deze sancties hun doel niet. Vele banken passen hun gedrag aan: het Britse HSBC sloot verschillende rekeningen en een Jamaicaans filiaal van het Canadese Bank of Nova Scotia weigerde diensten te leveren aan de Cubaanse ambassade in Kingston. Verschillende andere financiële instellingen hebben hun activiteiten in Cuba stopgezet omdat de opgelegde restricties een te grote last vormden en het risico op boetes te hoog werd.

Pakistan, daarentegen, is een land waar duidelijk banden met terrorisme zijn. De Taliban en Al-Qaeda staan er sterk en de invloed van de Pakistaanse Taliban penetreert de instellingen van de Pakistaanse staat, voornamelijk het leger. Het beste bewijs dat de Taliban en Al Qaeda invloed hebben in het leger leverde de V.S. zelf. Toen ze Osama Bin Laden gelokaliseerd hadden pakte het Amerikaanse leger deze zaak zelf aan, zonder de Pakistaanse autoriteiten in te lichten, uit vrees dat Al Qaeda hoogte zou krijgen van de missie. Pakistan is nochtans een belangrijke bondgenoot van de V.S. in de regio. (De Standaard, 04/05) UBS, Barclays en HSBC, die boetes hebben gekregen voor hun activiteiten in landen die op de lijst van OFAC staan, zijn ook actief in Pakistan. Daar mogen ze echter van de V.S. hun vrije gang gaan.

Als we deze twee voorbeelden naast elkaar leggen kunnen we vaststellen dat OFAC twee maten en gewichten gebruikt om een land met terroristische organisaties te associëren, te categoriseren als ‘schurkenstaat’. Twee maten en gewichten die gebruikt worden om banken te beoordelen. Dat is een spijtige zaak, want de strenge sancties die de V.S. hanteren – en die boven het hoofd van ING hangen - slagen erin het gedrag van banken te veranderen. Er is nood aan publieke instanties die op basis van transparante criteria banken in het oog houden en investeringen in schadelijke praktijken bestraffen, gaande van steun aan terrorisme en dictators tot milieuvervuiling en mensen – en arbeidsrechtenschendingen.

 

Bronnen:Artikel in Miami Herald

OFAC list of sanctions programs