De zoveelste wake-upcall van Dexia

Opinie door Mathias Bienstman (studiedienst Netwerk Vlaanderen)

Niet of een bank staatssteun krijgt, wel of ze er zal krijgen als ze in de problemen komt, is het criterium om een onderscheid te maken tussen financiële instellingen. Systeemrelevante banken zoals Dexia zijn te groot om te falen. Ze kunnen steeds aankloppen bij de overheid voor een redding met belastinggeld. De belastingbetaler moet bijgevolg via de overheid zeggenschap krijgen over cruciale of symbolisch geladen beslissingen, zoals de verloning van de directie. De broekzak-vestzakoperatie in het salarisbeleid bij Dexia toont aan dat het met die inspraak via de overheidsbestuurders nog steeds mank loopt.

Waarom zijn hoge lonen bij Dexia een probleem?

Iedere euro die de bank verlaat, bijvoorbeeld in de richting van de aandeelhouders of de directie, kan niet dienen om toekomstige schokken op te vangen. Als die schokken ontwrichtend zijn, komen er euro's van de belastingbetaler in de plaats. Dexia is immers een systeemrelevante instelling: ze mag niet overkop gaan. Bij een bankenredding dikt de staatsschuld dan weer aan. En die kan op den duur onbetaalbaar worden, zoals in Ierland. Het land is failliet en zware besparingen treffen de doorsnee burger omdat de banken er een boeltje van maakten. Kortom, er is wel degelijk een mogelijk verband tussen een hoog bankiersloon en een verlaging van bijvoorbeeld de pensioenen.

Een hoger loon kan gerechtvaardigd zijn

Dat betekent niet dat het tegendeel zich niet evengoed kan voordoen. Misschien zijn er slechts enkele bankiers op aarde die Dexia uit de problemen kunnen helpen. Als zij effectief Dexia en de belastingbetaler voor onheil kunnen behoeden, dan kan een hoger loon gerechtvaardigd zijn om ze aan te trekken. Wanneer Dexia-voorzitter Dehaene de loonsverhoging goed praat, klinkt precies die redenering door. In een normale onderneming zijn het de aandeelhouders die beoordelen of het praatje geloofwaardig is. Ze hebben daar alle belang bij. Iedere euro die naar het management gaat, kan niet uitgekeerd worden als dividend. Ze zullen eerder te veel dan te weinig inspanning leveren om na te gaan of het hoger loon dat ze goedkeuren hen in de toekomst voordeel brengt, bijvoorbeeld in de vorm vangroeiende winsten en alsnog een hoger dividend.

Geen motivatie voor het nieuwe salarisbeleid

Maar wie maakt die afwegingen voor rekening van de belastingbetaler bij systeemrelevante financiële instellingen? Wie ijvert er in sommige situaties voor een lager loon voor het management én een lager dividend voor de aandeelhouder, zodat er meer geld in de bank blijft om schokken op te vangen? Niemand.

Zolang ze niet effectief gered worden, valt er geen vertegenwoordiger van de overheid te bespeuren in de Algemene Vergadering of aan de bestuurstafel van banken die te groot zijn om te falen. Nu een aantal banken effectief aan het overheidsinfuus liggen, zijn er wel degelijk overheidsbestuurders actief. Een verrassing? Niet verwonderlijk. Hun werk komt nauwelijks in het nieuws. De communicatie en transparantie over de kernramp in Japan is briljant afgemeten aan die van de minister van Financiën over de rol van de overheidsbestuurders in de banken. De gedelegeerd bestuurder van de Federale Participatie Maatschappij, de instelling die de overheidsparticipaties in de banken beheert, zetelt ook in de bestuursraad van Dexia en keurde mee het nieuwe salarisbeleid goed. Een motivatie is vooralsnog niet in de pers verschenen.

De absurde broekzak-vestzak-operatie bij Dexia is de zoveelste wake-upcall. Waar blijft de transparantie en zeggenschap over cruciale beslissingen in banken zoals Dexia? Indien de overheid daarvoor niet wil of kan zorgen, moet ze er maar normale ondernemingen van maken door ze op te splitsen. Als de royaal vergoede directie dan risico's fout inschat, zit de belastingbetaler niet meer met de gebakken peren.

Mathias Bienstman (studiedienst Netwerk Vlaanderen)