Van porto tot powerpoint: Letsers leren, creëren en waarderen

naaien

LETS heeft de wind in de rug. Nieuwe groepen starten op, nieuwe mensen sluiten zich aan, er worden combinaties gevonden met andere ruil- en deelsystemen... Koepel LETS Vlaanderen verloor helaas haar subsidie, maar ook daar blijven vrijwilligers de kar trekken en het overzicht bewaren. Momenteel op hun site een enquete over de toekomst van LETS Vlaanderen. FairFin interviewde in 2010 toenmalig coördinator Leen De Clercq en leden Sabien Meeremans en Rudy Vandamme over de twijfels, hobbels, en verrassingen van het letsen.

Sabien: Ik ben in september 2008 via een cursus bij Vormingplus in contact gekomen met LETS. Na een tweede bijeenkomst had ik al besloten dat ik wel trekker van een groep wilde worden in Oostende. We zijn er met z’n tweeën aan begonnen en in middels zijn we met 47 leden en 66 geïnteresseerden.

Hoe heb je dat voor elkaar gekregen?

Sabien: Eigenlijk wisten we in het begin nog van niks. We kenden het concept, maar we kregen pas echt voeling met de werking van LETS door te praten met leden van de Antwerpse en Gentse groepen. Daarop zijn we direct met een website gestart en hebben we via de pers veel promotie gemaakt. Toen we met 8 waren hebben we een startdag georganiseerd met workshops, waarin we lieten zien wat we zoal te bieden hadden: er waren massagelessen, een fotograaf, ik gaf digitale beeldbewerking... Daaruit zijn weer meer leden gekomen en sindsdien hebben we er elke maand bij gekregen.

Wat is jullie geheim? Ik kan me voorstellen dat het veel mensen afschrikt in een soort van gesloten club terecht te komen.

Sabien: We willen heel graag groeien en hopen op verscheidenheid. Onze maandelijkse bijeenkomsten beginnen we altijd een uur vroeger om nieuwe mensen in te lichten over de gang van zaken en iedereen is welkom onze mailings te volgen, ook al zijn ze geen actief lid.

Rudy: Zo ben ik twee maanden geleden begonnen. De sfeer bij de kennismaking was heel informeel en de officiële vergadering die volgde duurde maar tien minuten. Daarna ging het gesprek vanzelf; over LETS valt gemakkelijk veel te praten (lacht).

En dan, hoe weet je wat iemand in de aanbieding heeft?

Sabien: Iedereen heeft een profiel op de ELAS-site (Electronisch LETS Administratie Systeem, red.)met vraag en aanbod. Bij mij staat er onder aanbod bijvoorbeeld: ‘digitale beeldbewerking en garnaalkroketten’. Daarnaast kun je via e-mail eenmalige vragen stellen als ‘wie kan mij helpen de zolder op te ruimen?’ of ‘wie rijdt er dan-en-dan richting Limburg?’

LEREN ONTVANGEN

Wat was jullie eerste LETS-transactie?

Rudy: Voor mij was het direct een ‘interlets’; een transactie met een lid van een andere LETS-groep. Een mevrouw uit Geel kwam een dagje naar de kust en had op mijn profiel gezien dat ik begeleiding aan kleine zelfstandigen aanbood. Ze dacht ‘dat kan ik mooi combineren’ en zo hebben we anderhalf uur samengezeten. Ik was heel blij dat ik mijn kennis had kunnen delen en ik had er 90 schelpjes (Oostendse LETS-punten, red.) mee verdiend.

En zij kon betalen in een Geelse munt?

Leen: Wij spreken liever niet van ‘betalen’, omdat we juist afstand nemen van het traditioneel monetair systeem.

Rudy: Ze kon me waarderen met haar LETS-punten, in dat geval ‘hartjes’.

Leen: Toevallig tellen ze op de Kempen ook 60 punten per uur. In Gent rekenen ze bijvoorbeeld 40 stropkes per uur, dat is al lastiger, maar het gloednieuwe computersysteem berekent automatisch de wisselkoers. Interletsen is nog in een experimentele fase. Het is een beetje zoeken voor veel groepen, de lokale uitwisseling blijft het belangrijkst.

Begint iedereen met 0 schelpjes?

Sabien: Zo deden wij het eerst, ja, maar voor veel mensen voelde dat raar aan. Ze zien het toch nog als een soort bankrekening en staan niet graag ‘in het rood’. Daarom beginnen we nu met 2000 schelpjes. Ze kunnen tot 4000 punten gaan.

Waarom die bovengrens?

Omdat we mensen willen stimuleren ook iets te ontvangen. Veel mensen geven graag, maar vinden het moeilijk om te nemen. Wij zeggen dan ‘laat je toch eens masseren, of een taart voor je bakken’.

TALENT

Sabien: Mijn eerste transactie was een vraag van mij. Wie heeft er zin om in mijn tuin te komen werken? Daarop reageerde iemand die op een appartement zit en het heerlijk vindt om buiten te zijn. Zij wordt daar rustig van. Nu, ik werd zenuwachtig door die tuin, dus dat kwam mooi uit. Al mijn planten verzamelde ik ook via LETS-leden en zij is dat gaan bijhouden. Soms moet ik haar zelfs zeggen van ‘stop er nou maar mee’, het is echt haar tuin geworden.

Maar jullie mogen geen verkapte dienstverbanden aangaan, toch?

Leen: Nee, het blijft occasionele hulp. Via LETS ga je geen schilder, kuisvrouw of tuinier vinden, het gaat om activiteiten die mensen in hun vrije tijd graag doen.

Rudy: Vaak vraag je ook diensten die professionals helemaal niet graag doen: je vraagt geen hovenier om je gras af te rijden.

Leen: Er is wel eens een fietsenmaker geweest die wat tijd vrijmaakte voor LETS-transacties of een kapper die haren waste voor LETS-punten, maar eigenlijk blijft dat op een natuurlijke manier beperkt. Wat wel meer gebeurt is dat mensen LETS gebruiken als opstap naar een professie. Zo was er eens iemand die lachsessies gaf en ze wilde testen of dat iets was voor haar om in bijberoep te doen. Maar ik vind het persoonlijk eigenlijk net zo tof dat je wordt aangesproken op een talent dat niet per se met je werk te maken hoeft te hebben. Mijn aanbod is bijvoorbeeld ‘brownies en tiramisu’. Laatst werd ik gevraagd door iemand die een Lentefeest voor haar zoontje organiseerde of ik niet wat wilde maken. Ik was een beetje onzeker, maar ze reageerde superenthousiast. Dat voelt geweldig.

LETSEN OF KLETSEN?

Hoe belangrijk is het sociale element? Kun je op een zakelijke manier aan LETS doen?

Sabien: Ja, dat kan. Wij zien in Oostende twee soorten leden: mensen die het in eerste instantie doen voor het sociaal contact en mensen die het echt doen voor de diensten en het praktische nut dat erbij komt kijken.

Rudy: Bij mij is het een combinatie van de twee. Ik wilde graag mijn netwerk in Oostende uitbreiden, maar ik zoek geen sociaal contact om het sociaal contact. Ik houd er niet van om zomaar op bezoek te gaan en een uur te kletsen over niets; ik baseer mijn contacten liever op dingen voor elkaar dóen. Daarbij spreekt de duidelijkheid van het LETS puntensysteem mij aan.

Leen: Maar het blijft iets anders om een spijker in de muur te laten kloppen door familie of door een vreemde. Je creëert hoe dan ook een nieuwe relatie.

Rudy: En dan merk je hoe makkelijk je zegt, als je de mensen eenmaal kent ‘ah joh, laat die punten maar zitten’. Er is een spanning tussen het economische beginsel en de gemeenschapsvorm die je creëert.

Sabien: Ik vind het belangrijk dat de transacties geregistreerd blijven worden. Het moet aantoonbaar zijn hoeveel er eigenlijk gedaan wordt en voor nieuwe leden is het leuk om een overzicht te hebben.

Rudy: Toch is het economische – een waarde op je diensten plakken – wel iets dat ook beginners heel moeilijk vinden.

Sabien: Daarom hebben wij ter gelegenheid van de eerste verjaardag van LETS Oostende het evenement LETS Fashion georganiseerd. We vroegen mensen op voorhand minstens drie ‘miskopen’ in te leveren, waartegen ze een ingangsticket kregen voor LETS Fashion. Op die dag stond alles uitgestald en mochten de deelnemers gratis winkelen. Zo konden mensen gevoel krijgen voor het ruilen, maar zonder punten, dus los van het economische.

Rudy: Dat was een groot succes, vooral bij de dames. ‘Wat scheelt er toch met al die vrouwen?’, dacht ik. Zoveel miskopen!

Sabien: Ja goh, je koopt iets moois wat eigenlijk te klein is, denkt ‘ik zal wel vermageren’ en als dat na een jaar nog niet gebeurd is, ja… (lacht). We gaan het nog eens doen met boeken en met kinderkleding en speelgoed.

LASAGNE IN LIER

Wat wordt er in Oostende het meest geletst?

Sabien: Ik denk computerhulp. Dat varieert van powerpointpresentaties maken en mapjes organiseren tot de computer opkuisen…

Leen: Er wordt ook veel ambachtelijk werk gedaan. Honing maken, kaarsen, kaartjes, noem maar op.

Sabien: Ik kreeg laatst van iemand een hele berg rabarber, zoveel dat ik niet wist wat ik ermee moest aanvangen. Toen las ik dat er binnen onze groep een mevrouw de aanbieding deed: ‘ik maak confituur van jouw fruit’. Ik kreeg er verschillende soorten confituur, chutney en taart voor terug. We waren allebei content. Zelf maak ik porto, daar zijn groene okkernoten voor nodig. Ik vond iemand in De Haan met een hele tuin vol.

Lukt het ook wel eens niet om iets vast te krijgen?

Leen: Huiselijke klusjes worden over het algemeen meer gevraagd dan aangeboden.

Rudy: Ik had thuis een paar fietsen staan die niet in orde waren. Geen grote dingen, kapotte rem, kettingen die gesmeerd moest worden, kortom: zaken waarvoor je liever niet naar de fietsenmaker gaat. Ik vond niemand binnen LETS, maar wel iemand wiens zoon het wel wilde doen voor 10 euro. Kijk, dat is ook prima.

Zijn er verschillen tussen de LETS-groepen in de verschillende gemeenten?

Leen: Qua zaken die verletst worden denk ik niet, wel wat betreft de insteek. Oostende steekt er wat communicatie betreft echt wel bovenuit; er zijn ook groepen van 20 leden die het eigenlijk niet nodig vinden om uit te breiden. Ook zijn er vier LETS-groepen die subsidie van de overheid krijgen en zodoende met een professionele coördinator werken. Dat heeft soms ook invloed op de nadrukken die worden gelegd. In Sint-Niklaas bijvoorbeeld, valt LETS binnen ‘inburgering’ en is diversiteit van de leden een doelstelling. Dat werkt heel goed, maar er komt organisatorisch wel veel meer bij kijken. In Lier / Zandhoven loopt het project LETS & Kids, waarmee men tegemoet wil komen aan de nood van flexibele kinderopvang. Iedere Letser moet daar één vraag of aanbod hebben dat iets met kinderen te maken heeft: opvang, organisatie van kinderfeestjes... In het begin waren wij daar wat huiverig voor, zo’n duidelijk afgebakend thema, maar ook die groep groeit. Ik begrijp wel dat er vooralsnog vooral veel ‘gewoon’ geletst wordt, maar dat is logisch. Er moet eerst vertrouwen zijn voordat je je kinderen bij iemand alleen laat. Nu schijnt er vooral veel lasagne gemaakt te worden (lacht).

Sabien: Ook sommige niet-gesubsidieerde groepen hebben een rechtsvorm. In Gent, Antwerpen Stad en Geel bijvoorbeeld, is het een vzw.

Rudy: Zie jij ons evolueren in die richting?

Sabien: Mmm, ik denk het niet. Als wij groeien denk ik dat het eerder in de vorm van werkgroepen zal zijn. Dat begint nu al vanzelf te ontstaan. Ik vind het goed dat we zo zelforganisatorisch zijn, maar het is niet altijd gemakkelijk. Je hebt toch met heel veel verschillende mensen te maken. Gelukkig is er nog maar één afgehaakt en dat was omdat hij naar Nieuw-Zeeland verhuisde.

Wordt er niet internationaal geletst?

Leen: Dat begint, maar voorlopig vooral op het gebied van toerisme. In Frankrijk kun je met de lokale punten ‘nuitées’ verzamelen, die je kunt gebruiken voor logement. In Gent zijn ze er ook mee aan het experimenteren.

ONDERNEMINGSZIN

Hoe ziet een doorsnee Letser eruit?

Leen: De doorsnee Letser bestaat uiteraard niet, maar de leeftijd ligt voornamelijk tussen de 30 en de 60. Jongeren zijn moeilijk te bereiken, omdat die nog maar juist beginnen met consumeren binnen de traditionele economie. Dan is het nogal veel gevraagd hen ook te interesseren voor een complementair economisch systeem.

Rudy: Het verraste mij dat er veel milieubewustzijn is binnen onze LETS-groep. Je wordt niet raar aangekeken als je zegt dat je probeert minder auto te rijden of minder vlees te eten. Er is in Oostende ook iemand met een meditatieruimte. Dat wordt allemaal gewaardeerd. Die vriendelijke sfeer binnen de groep wakkert ook ondernemingszin aan. Ineens heb ik goesting om een feest te organiseren. Ik begin met een ontbijt, op een zondag in het najaar.

Sabien: Je moet er snel bij zijn met je uitnodiging, want de concurrentie dringt zich op. Binnenkort hebben we die mosselsoirée en in oktober wilde iemand een kaas- en wijnavond doen.

LETS lijkt aan te sluiten bij heel wat maatschappelijke trends. Wordt het in die zin ook opgepakt door andere organisaties?

Rudy: Ik heb LETS leren kennen via het transitienetwerk waarin ik actief ben. Daar wordt het gezien als een manier om de veerkracht van een samenleving te vergroten, wat goed is in geval van crisis. Zoals de eerste Letsers destijds ook hebben aangetoond (zie kader, red.).

Leen: En Vormingplus is een goede partner. Zij doen mee in het kader van gemeenschapsvorming, duurzaamheid en sociaal leren. Want er wordt veel geleerd.

Sabien: Mijn dochter had een dipje met wiskunde. Via de LETS groep heeft ze bijles gekregen.

Rudy: En ik leer tuinieren.