Best-in-Class

superheld

Best-in-class benaderingen selecteren de bedrijven die in hun sector het best scoren op een reeks sociale , ecologische en bestuurlijke criteria. Een gevolg daarvan is dat meer dan de helft van de onderzochte bedrijven uit de boot vallen.

Zijn de geselecteerde bedrijven dan ook de meest duurzame? Je zou verwachten van wel. Voor veel sectoren slaagt een best-in-class benadering er wel in om een relevante selectie te maken. Maar in sectoren, zoals mijnbouw, olie en gas, waar veel bedrijven betrokken zijn bij schadelijke activiteiten als corruptie, milieuvervuiling en geweld tegen de lokale bevolking zitten best nog veel bedrijven met een schadelijke reputatie.

Ook met de banksector hebben best in class benaderingen het blijkbaar moeilijk om degelijke selecties door te voeren. Vooreerst een bemerking die voor alle sectoren geldt.  Je zal in duurzame fondsen geen aandelen aantreffen van duurzame banken als een Banca Etica of Triodos Bank. Waarom? Simpel : ze zijn niet beursgenoteerd en komen dus niet in aanmerking. Bedrijven die in hun sector ‘best’ zijn, maar niet beursgenoteerd, komen niet in aanmerking.

Maar ook bij de banken die wel beursgenoteerd zijn, bekomen vele best-in-class benaderingen zeer vreemde resultaten. Je zal in duurzame fondsen met een best-in-class benadering heel dikwijls banken aantreffen, waarvan uit onze onderzoeken blijkt dat ze zwaar betrokken zijn bij maatschappelijk schadelijke investeringen. Waarom zijn zij in dergelijke fondsen aanwezig? 

Belangrijk om weten is dat in de praktijk de lijst met geselecteerde bedrijven, in alle sectoren, voldoende grote bedrijven moet bevatten om op basis van die lijst fondsen te kunnen opstarten die louter in ‘large caps’ investeren, die louter beleggen in effecten van bedrijven die veel geld via de beurs ophalen. Indien men in de banksector al te zwaar zou tillen aan een combinatie van dingen als : niet door de overheid overeind gehouden zijn, activiteitsgraad in belastingparadijzen, veroordelingen en minnelijke schikkingen, financiering van maatschappelijk schadelijke investeringen,… dan houdt men bijna geen grootbank meer over. Schadelijke investeringen zijn slechts één van de tientallen issues die men bij een duurzame screening in rekening brengt. Waardoor betrokkenheid bij schadelijke investeringen in de eindscore van de bank slechts een beperkt gewicht uitmaken. Bovendien beoordeelt men dikwijls veeleer of er een beleid is en niet wat de feitelijke financieringen zijn die uit dat beleid voortvloeien.

Ook Triodos en Ethibel beogen een voldoende aanwezigheid van banken in hun investeringsregister, maar slagen er beter in dan anderen om banken, bij wie eenzijdig winststreven het opnemen van maatschappelijke verantwoordelijkheid in de weg in de weg zit, uit hun duurzame selectie te weren.

Wie wil vermijden dat zijn geld in alle sectoren terechtkomt, ook in deze waar ook de best-in-class-bedrijven onder de norm zitten, kan kiezen voor thematische fondsen. Dubieuze sectoren als olie en gas, financiële instellingen, … vallen meestal uit de thematische benadering.