ING bakt ze bruin, maar hangt groene was buiten
De klantendienst van ING was onlangs zo vriendelijk om klanten die bezorgd zijn om het klimaat een geruststellende brief te sturen. Deze brief was een reactie op een kaartje dat deze klanten naar hun bank verzonden met een duidelijke boodschap: investeer niet in steenkool, olie uit teerzanden of ontbossing. Drie sectoren die bij de meest klimaatschadelijke praktijken horen.
Deze attente brief moet de indruk wekken dat ING een voortrekker is in de strijd tegen de klimaatopwarming en dat de bezorgde klant op zijn twee oren kan slapen. De dingen zijn soms niet wat ze lijken. Netwerk Vlaanderen is van mening dat er in deze brief heel wat mist gespoten wordt en belangrijke dingen niet gezegd worden.
ING zegt dat hun bedrijfsvoering klimaatneutraal is sinds 2007. Dat betekent dat de uitstoot die ze zelf genereren, door de verwarming van hun gebouwen, vervoer en dergelijke trachten te beperken en compenseren door het planten van bossen te financieren. Op die manier heeft ING in 2007 281.000 ton CO2 gecompenseerd. Dat is op zich lovenswaardig, maar waar het echt om gaat is de indirecte uitstoot, namelijk de uitstoot die ze mogelijk maken door te investeren in klimaatschadelijke bedrijven of er financiële dienstverlening aan te geven. Zo stoot de gemiddelde steenkoolcentrale 5,68 miljoen ton CO2 per jaar uit, dat is 20 keer meer CO2 als ze in 2007 compenseerden. Laten we ons voor de rest dus concentreren op de geldstroom via ING naar klimaatschadelijke activiteiten.
Wat betreft die geldstroom toont ING hoe hun financieringsportefeuille geëvolueerd is in de periode 2005-2010. Let op, het woord financieringsportefeuille is het magische woord van deze brief! Teerzanden worden niet meer gefinancierd, investeringen in steenkool zijn sterk gedaald en investeringen in hernieuwbare energie zijn de hoogte in gegaan. Dit staat in schril contrast met de 22ste plaats die ING bezet op de ranglijst van banken over de hele wereld die het meest investeren in steenkool. Deze ranking van klimaatkillers onder de banken haalde enkele maanden geleden de wereldpers. Die 22ste plaats heeft ING verkregen door 3,3 miljard euro te investeren in steenkoolbedrijven tussen 2005 en 2011. Uit het onderzoek Bankiers op hete kolen blijkt ook dat ING tussen 2008 en 2009 236,3 miljoen euro investeerde in energiebedrijven die teerzanden ontginnen. Hoe is dit mogelijk?
We komen terug op het magische woord financieringsportefeuille en moeten ons even onderdompelen in het jargon van de financiële wereld. Financieringsportefeuille betekent projectfinanciering en projectfinanciering is in de laatste jaren steeds onbelangrijker geworden als financieringskanaal voor steenkoolbedrijven. Banken zijn steeds meer financiële dienstverlener geworden voor steenkoolbedrijven. Wanneer steenkoolbedrijven geld nodig hebben, geven de banken voor hun aandelen of obligaties uit die dan verhandeld worden op de financiële markt. De banken strijken een mooie premie op en kunnen dan zelf eventueel nog een deel van die obligaties of aandelen kopen of ze aanbieden aan hun klanten. Maar zelfs wanneer banken een lening aan steenkoolbedrijven toekennen die niet voor een specifieke steenkoolcentrale bedoelt is - maar er natuurlijk wel voor gebruikt kan worden – valt dit niet onder projectfinanciering, en dus ook niet onder ‘financieringsportefeuille’.
Conclusie: ING bakt ze bruin, maar hangt graag de groene was buiten.





