Duurzaamheidsverslaggeving banken schiet tekort

Weinig of geen aandacht voor de belangrijkste aspecten van duurzaamheid
Triodos Bank-Logo

Financiële instellingen besteden in hun verslaggeving geen aandacht aan de belangrijkste aspecten van duurzaamheid, stelt een rapport van Ernst & Young vast. In het recente rapport, ‘The financial sector from a non-financial persepective – the path forward’, evalueert het auditorbureau duurzaamheidsverslagen van de twintig grootste financiële instellingen in Europa. Ook Netwerk Vlaanderen stelt vast dat de actuele rapportering van de sector ondermaats is.

Het rapport leert dat financiële instellingen het groeiende belang van een dergelijke rapportering erkennen. Alle onderzochte financiële instellingen stellen dan ook een duurzaamheidsverslag op. Het rapport maakt ook duidelijk dat financiële instellingen daarbij niet over één nacht ijs gaan. Gemiddeld telt een verslag 89 bladzijden. 75% van de onderzochte verslagen gebruikt de richtlijnen van het gerenommeerde Global Reporting Initiative.

Wat betreft de kwaliteit van de rapporten, stelt Ernst & Young belangrijke hiaten vast – in deze context genoemd als ‘ruimte voor verbetering’. Meer specifiek stelt het rapport dat “de duurzaamheidsverslagen van financiële instellingen het overgrote deel van de – voor hun sector – relevante onderwerpen niet behandelen.” Zo is er in de rapportering bijvoorbeeld relatief veel informatie beschikbaar over afvalproductie en waterverbruik binnen het bedrijf, maar relatief weinig over het stakeholders-overleg en de verloning van de topkaders.

Netwerk Vlaanderen sluit zich aan bij de grote lijnen van deze vaststellingen. Netwerk Vlaanderen bestudeert al jaren dit soort duurzame rapporten van financiële instellingen. We stellen vast dat duurzaamheidsverslagen intussen gemeengoed geworden zijn, net als een groeiend aantal pagina’s per verslag. Lijviger is evenwel niet gelijk aan beter. Vaak geldt het tegendeel, want in veel gevallen gaat het immers om meer pagina’s met niet-relevante informatie.

Essentiële informatie over het duurzame karakter van een financiële instelling zijn gegens over de bestemming van de investeringen van de bank. Wat doet de bank met ons geld? Wie een antwoord zoekt op deze vraag, is eraan voor de moeite. Hij of zij zal vergeefs zoeken naar cijfers over bankinvesteringen in schadelijke activiteiten, zoals wapenfabrieken of kernenergie. Doorgaans ontbreekt in zo’n duurzaamheidsverslag immers een overzicht van alle investeringen per sector. Ook een namenlijst of een verwijzing naar meer informatie ontbreekt doorgaans.

Wat we wél aantreffen, zijn business principes en ronkende beleidsverklaringen over mensenrechten, klimaatopwarming, etcetera. Wie niet thuis is in het financiële jargon, kan onmogelijk begrijpen of al die principes en verklaringen enkel betrekking hebben op de eigen, interne werking, dan wel invloed hebben op de uitgevoerde investeringen. Ook als er duidelijk sprake is van impact op de uitgevoerde investeringen, blijven essentiële vragen onbeantwoord. Betreft het een beleid met een wezenlijke impact? Heeft het beleid betrekking op alle producten en diensten van de bank in kwestie?

Wie het fijne wil weten over winsten, belastingen en activiteiten in fiscale paradijzen, blijft ook na lezing van (gemiddeld) 89 bladzijden op zijn honger zitten.

Ernst & Young becijfert dat zo’n 20% van de inhoud handelt over het risico-management van de respectievelijke bankinstellingen – goed voor gemiddeld 17,8 bladzijden informatie. Desondanks krijgt de klant geen antwoord op een simpele vraag als: ‘Neemt de bank veel of weinig risico met mijn spaargeld?’

Ernst & Young doet in haar rapport een aantal aanbevelingen om de rapportering te verbeteren. Het bureau wijst erop dat steeds meer stakeholders de financiële instellingen kritisch bevragen over activiteiten die een risico met zich meebrengen. Stakeholders verwachten dat er meer aandacht besteed wordt maatschappelijk verantwoorde investeringen en specifieke, ethische investeringscodes – zoals bijvoorbeeld de Equator Principles.

De aanbeveling van Ernst & Yount is een eerste, kleine stap in de goede richting. Maar er is veel meer nodig. De financiële én duurzame rapporteringen van financiële instellingen ontberen momenteel de nodige gegevens om de maatschappelijke meerwaarde en risico’s van bankactiviteiten in kaart te brengen. De maatschappelijke impact van financiële instellingen creëert een moreel recht om te weten wat financiële instellingen met ons geld doen. Momenteel komen banken hier amper aan tegemoet. Zolang de rapportering uit de sector ontoereikend blijft, is druk vanuit het middenveld – samen met extra overheidsinspanningen – nodig om een noodzakelijke, kwaliteitsvolle rapportering af te dwingen.

Luc Weyn (Senior advisor Netwerk Vlaanderen)